Kengetallen

Kengetal Realisatie 2016 Realisatie 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Comm.Don Ondergrens Comm.Don Bovengrens Inspectie van het onderwjis
Solvabiliteit 2 80% 79% 79% 78% 75% 20% Geen <30%
Liquiditeit 3,1 2,9 2,5 2,4 2,2 0,5 1,5 <0,75
Huisvestingsratio 0,07 0,06 0,06 0,06 0,06     >0,10
Weerstandsvermogen 0,28 0,28 0,28 0,27 0,25     <0,05
Rentabiliteit 0,02 0,00 0,00 -0,01 -0,02 0% 5% <0
Personele lasten/totale baten 82,64% 84,71% 85,17% 85,83% 86,80%      

Balans

Balans

  31-12-2017 31-12-2016
Activa    
Materiële vaste activa € 3.954.500 € 3.706.079
Vorderingen € 1.271.030 € 1.517.999
Liquide middelen € 4.632.211 € 4.432.420
Totaal activa € 9.857.741 € 9.656.498
     
Passiva    
Eigen vermogen € 5.987.986 € 5.926.389
Voorzieningen € 1.809.648 € 1.801.697
Kortlopende schulden € 2.060.107 € 1.928.412
Totaal passiva € 9.857.741 € 9.656.498

De verhoudingen op de balans geven een financieel gezonde organisatie weer. Dit beeld is getoetst aan de normen, die door de Inspectie van het Onderwijs en de Commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen, de Commissie Don, worden gehanteerd. De balans gerelateerde kengetallen zijn bovenstaand weergegeven. 

Materiële vaste activa

In 2017 is voor bijna € 725.000 geïnvesteerd in materiële vaste activa. In 2017 heeft de aanbesteding plaatsgevonden van de touchscreens van € 220.000, is er voor € 174.000 geïnvesteerd in schoolmeubilair en € 84.000 in leermiddelen.  

De investeringen, die door Veldvest worden gedaan, gebeuren altijd in het perspectief van de meerjarenbegroting, die jaarlijks in juni voor een volgende periode van 4 schooljaren wordt vastgesteld. Op 23 juni 2017 is de meerjarenbegroting over de schooljaren 2017-2018 tot en met 2020-2021 goedgekeurd door de raad van toezicht.

Voor de te verwachten toekomstige investeringen wordt verwezen naar de continuïteitsparagraaf.

Tot € 5.000 kunnen de directies van de scholen investeringsuitgaven doen, mits opgenomen in de begroting. Uitgaven van € 5.000 of meer behoeven altijd de goedkeuring van het bestuur. Deze goedkeuring wordt middels een formeel bestuursbesluit bekrachtigd. Dit geldt zowel voor investeringen in materiële vaste activa als voor uitgaven in het kader van het groot onderhoud.

Vorderingen

De vorderingen zijn eind 2017 ruim € 246.000 lager dan de stand ultimo 2016. De daling van de vorderingen is grotendeels te herleiden naar twee ontwikkelingen. Vanaf 2017 worden de voorschotten voor de medegebruikers van de MFA’s waarvan Veldvest penvoeder is per kwartaal verstuurd. Daarnaast heeft in 2017 de afwikkeling plaatsgevonden van het scholenbureau Kempenland. De vordering eind 2016 betrof het saldo op de bankrekening. De vordering van € 90.000 is verschoven naar de liquide middelen.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen per 31 december 2017 bestaat uit de algemene reserve en bestemmingsreserves. De bestemmingsreserve professionalisering is in 2017 volledig uitgeput. Deze reserve is eind 2013 gevormd om de in 2013 ontvangen aanvullende bekostiging onder andere in te zetten voor professionalisering. De bestemmingsreserve Passend Onderwijs is gevormd om de landelijke verevening in de bekostiging op te vangen.

  Stand per   Resultaat   Stand per
  1-1-2017       31-12-2017
Eigen vermogen          
Algemene reserve € 4.309.054   € 275.495   € 4.584.549
Bestemmingsreserve (publiek):          
Professionalisering € 117.335    € -117.335    -
Personele fricties € 1.000.000   € -96.563   € 903.437
Passend Onderwijs € 500.000    -   € 500.000
Totaal bestemmingsreserve € 1.617.335   € -213.898   € 1.403.437
           
Totaal Eigen vermogen € 5.926.389   € 61.597   € 5.987.986

Voorziening onderhoud

De dotatie in de voorziening bedroeg over 2017 € 550.000. In 2016 werd afgerond € 679.000 gedoteerd. De dotatie in 2017 bestaat voor € 500.000 uit de dotatie conform de begroting en € 50.000 voor de aanvullende dotatie. In maart 2018 zijn de afzonderlijke MJOP’s vernieuwd, de basis hiervoor is de schouw op de scholen waarbij Veldvest verantwoordelijk is voor het groot onderhoud. Dit zal leiden tot een jaarlijkse verhoging van de dotatie aan de voorziening groot onderhoud van € 50.000 voor de komende jaren.

Aan de voorziening werd in 2017 een bedrag van ruim  € 544.000 onttrokken (2016 ruim € 582.000). Grote projecten in 2017 waren de renovatie van de toiletten bij bs. Zeelsterhof (€ 112.000), aanpassingen bij bs. de Brembocht (€ 226.000) en aanpassingen onder andere in het kader van (brand)veiligheid van het bestuurskantoor (€ 104.000). De aanpassingen van het bestuurskantoor zijn voortgekomen uit het RI&E onderzoek uit 2016.

De stand van de voorziening groot onderhoud is per 31  december 2017 € 1.448.023, een stijging van € 6.000 ten opzichte van 31 december 2016.

Meer informatie over huisvesting is te vinden in de paragraaf huisvesting.

Kortlopende schulden

De kortlopende schulden zijn ten opzichte van 2016 met ruim € 131.000 gestegen. Een belangrijke oorzaak hiervan is de nog te besteden gelden voor het project Impuls muziekonderwijs van € 150.000. Deze subsidie is in 2017 voor 9 scholen van Veldvest toegekend en zal besteed worden in de schooljaren 2018-2019 tot en met 2020-2021.


Staat van baten en lasten

  Realisatie 2017 Begroting 2017 Realisatie 2016
Baten      
Rijksbijdragen ministerie OCW € 21.029.629 € 20.253.819 € 20.670.386
Overige overheidsbijdragen en -subsidies € 36.045 € 43.546 € 105.517
Overige baten € 206.260 € 154.012 € 223.162
Totaal baten € 21.271.934 € 20.451.377 € 20.999.065
       
Lasten      
Personeelslasten € 18.020.556 € 17.541.221 € 17.352.594
Afschrijvingslasten €473.842 €454.912 €367.641
Huisvestingslasten € 1.185.475 € 1.097.906 € 1.325.738
Overige lasten € 1.531.120 € 1.525.866 € 1.486.628
Totaal lasten € 21.210.993 € 20.619.905 € 20.532.600
       
Financiële baten en lasten € 655 € 15.833 € 9.273
Resultaat € 61.597 € -152.695 € 475.739

Een uitgebreide specificatie op de staat van baten en lasten is opgenomen in de jaarrekening 2017.

Rijksbijdragen

Onder de rijksbijdragen zijn naast de bijdragen van het Rijk de baten voor de lichte en zware zorg verantwoord. Deze baten worden ontvangen vanuit het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs. 

De afwijking ten opzichte van de begroting van de totale rijksbijdragen van € 775.000 is te verklaren door de aanpassingen in de normen, onder andere in verband met de afgesloten akkoorden. De definitieve bekostiging over het schooljaar 2016-2017 is € 379.000 hoger dan begroot. Doordat de vaststelling na afloop van het schooljaar, veelal in september of oktober, plaatsvindt is het volledige bedrag in 2017 verwerkt.

Daarnaast zijn er hogere baten in verband met de gewijzigde regelgeving voor de bijzondere bekostiging samenvoeging (fusiegelden), personele en materiële groeibekostiging.

De baten in het kader van Passend Onderwijs zijn € 119.000 hoger dan begroot en € 42.000 lager dan de ontvangen baten in 2016.

Overige overheidsbijdragen en overige baten

De overige overheidsbijdragen zijn in 2017 lager dan 2016. Dit wordt veroorzaakt door de in 2016 nog ontvangen gelden vanuit de gemeente Veldhoven voor het welzijnsbudgetplan.

De overige baten zijn hoger dan begroot door de vrijval van projectgelden en door de tegemoetkoming voor de afbouw van het overschot solvabiliteit van het Vervangingsfonds.

Personeelslasten

De gerealiseerde personele lasten bedragen in 2017 84,7% van de totale baten. De begroting geeft een verhouding van 85,8% weer, in de realisatie 2016 was dat 82,64%. De percentages vallen binnen de streefwaarde die Veldvest hiervoor hanteert, maximaal 85%.

De kosten voor lonen en salarissen bedroegen in werkelijkheid € 807.000 meer dan was geraamd voor 2017. Onder andere liggen hier de volgende verklaringen aan ten grondslag: de eenmalige uitkering van € 500 bruto per fte en de hogere inzet aan fte’s/fpe’s als gevolg van onder andere tussentijdse toename van het leerlingaantal, inzet startersgroepen en strategische kwaliteitskeuzes.

  2017 2016
Directie 16 16
Onderwijzend personeel 211 207
Onderwijsondersteunend personeel 54 53
Totaal fte's 281 276

Gemiddelde gerealiseerde inzet fte's, inclusief vervangingen

Een gedeelte van de hogere lonen en salarissen is in de begroting opgenomen bij personeel niet in loondienst. In de realisatie is € 442.000 opgenomen voor personeel niet in loondienst. Het betreft hier diensten die ingekocht worden voor schoonmaak- en conciërgediensten en de kosten voor overige inhuur personeel.

Kosten professionalisering

Deze kosten bedroegen over 2017 afgerond € 163.000 (2015: € 207.000). De kosten zijn gemaakt voor onder andere assessments, BHV en diverse gezamenlijke trajecten.

Via de resultaatbestemming over 2017 worden de kosten voor ruim € 117.000 ten laste van bestemmingsreserve professionalisering gebracht.

Afschrijvingslasten

De afschrijvingslasten zijn € 19.000 hoger dan begroot en € 106.000 hoger dan 2016.

Door de interne verbouwing aan het bestuurskantoor in 2017 is een aantal activa buiten gebruik gesteld en vervroegd afgeschreven. Deze extra afschrijvingslasten bedroegen bijna € 22.000.

Huisvestingslasten

De huisvestingsratio bedraagt 0,06. De inspectie van het Onderwijs heeft een signaleringsgrens van > 0,15. De totale huisvestinglasten zijn € 88.000 hoger dan begroot en € 140.000 lager dan 2016.

De hogere  lasten ten opzichte van de begroting hebben voornamelijk betrekking op de te laag ingeschatte kosten voor onderhoud van de MFA’s en het gebruik van gebouw F van de Kempen Campus door de PWA-school.

De huisvestingslasten in 2016 waren met name hoger door de extra dotatie in de voorziening onderhoud in 2016.

Overige lasten

De totale overige lasten zijn nagenoeg gelijk aan de begroting. De afzonderlijke posten geven een aantal afwijkingen weer ten opzichte van de begroting.

De kosten voor deskundigenadvies zijn € 65.000 hoger dan begroot en € 82.000 hoger dan 2016. Dit wordt veroorzaakt door de extra inzet in het kader van ondersteuning van huisvestingsprojecten door langdurige ziekte en inkooptrajecten.

De totale kosten voor inventaris en apparatuur zijn € 66.000 hoger dan begroot, de ict lasten en reproductiekosten zijn hiervan de oorzaak.

De overige lasten zijn € 135.000 lager dan begroot, in de begroting zijn kosten opgenomen in het kader van verwijzingen van leerlingen naar het speciaal (basis) onderwijs. In de realisatie worden deze kosten verrekend in de baten van het Passend Onderwijs.


Treasury

Op 25 januari 2017 is het treasurystatuut van Veldvest vastgesteld door de raad van toezicht. Het treasurybeleid is ondergeschikt en dienend aan de primaire doelstelling van Veldvest, het geven van onderwijs.

In de bedrijfsvoering wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijke opbrengst van de (tijdelijk) overtollige middelen. Met het oog op het afdekken van financiële risico’s en het financieren van geplande investeringen worden reserves en voorzieningen opgebouwd.

De liquide middelen staan op spaarrekeningen en lopende rekeningen. Het beleid van Veldvest ten aanzien van het beleggen en belenen van overtollige publieke middelen in 2017 conform de richtlijnen van de rijksoverheid is uitermate risicomijdend geweest.

Kasstroomoverzicht 2017   2016
Kasstroom uit operationele activiteiten          
           
Saldo Baten en Lasten € 60.942     € 466.465  
           
Aanpassingen voor:          
Afschrijvingen € 473.842     € 367.641  
Mutaties voorzieningen € 7.951     € 168.149  
Herwaardering € -     € -70.125  
           
Veranderingen in vlottende middelen:          
Voorraden          
Vorderingen € 246.969     € 23.320  
Schulden € 131.695     € 136.923  
Totale kasstroom uit bedrijfsoperaties   € 921.399     € 1.092.374
           
Ontvangen interest € 3.524     € 11.970  
Betaalde interest € -2.869     € -2.696  
    € 655     € 9.273
           
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten   € 922.054     € 1.101.647
           
Kasstroom uit investeringsactiviteiten          
Investeringen in materiële vaste activa   € -724.964      
Desinvesteringen in materiële vaste activa   € 2.701     € -955.492
           
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten   € -722.263     € -955.492
           
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   -     -
           
Mutatie liquide middelen   € 199.791     € 146.155
           
Beginstand liquide middelen   € 4.432.420     € 4.286.264
Mutatie liquide middelen   € 199.791     € 146.155
           
Eindstand liquide middelen   € 4.632.211     € 4.432.420

Huisvesting

Veldvest heeft 16 scholen welke gehuisvest zijn in de gemeente Veldhoven en gemeente Eersel. De feitelijke situatie van de gehuisveste scholen in 2017 is als volgt:

Gemeente Veldhoven 

Overzicht in gemeente Veldhoven gehuisveste scholen:

MFA Noord     SO-afdeling Prins Willem Alexander School
MFA Midden BS EigenWijs
SBO De Verrekijker
MFA Zuid   BS Op Dreef
Kempen Campus VSO-afdeling Prins Willem Alexander School
Overige scholen  BS Sint Jan Baptist
BS De Berckacker
BS De Heiacker
BS aan ‘t Heike
BS Zeelsterhof
BS De Rank 
BS De Brembocht
BS De Meerhoef

Gemeente Eersel    

Overzicht in gemeente Eersel gehuisveste scholen:

MFA De Rosdoek in Wintelre BS De Disselboom
MFA Knegsel in Knegsel  BS Meester Gijbels
Overige scholen  BS Sinte Lucij in Steensel
BS St. Lambertus in Vessem

De gemeente Veldhoven is zowel economisch als juridisch eigenaar van de Veldvestscholen in Veldhoven. Voor de gemeente Eersel geldt dat alleen voor de MFA’s in Wintelre en Knegsel. Beide gemeenten hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in gebouwelijke verbreding, waardoor onder andere adequate huisvesting van kinderopvang mogelijk is gemaakt. Bestaande gebouwen werden aangepast. Nieuwe multifunctionele accommodaties (MFA’s) werden gebouwd.

In augustus 2016 heeft de VSO-afdeling van de PWA-school zijn intrek genomen in gebouw F van de Kempen Campus in Veldhoven. Dit gebouw is onder regie van de gemeente Veldhoven in het voorjaar van 2016 verbouwd. De PWA heeft het gebouw in medegebruik van het Sondervick College, onderdeel van OMO. De afspraken met betrekking tot het beheer en de exploitatie en de daarmee samenhangende (onderling te verrekenen) kosten zijn vastgelegd in een beheerplan.

In 2017 heeft een kwaliteitsimpuls plaatsgevonden voor het gebouw van BS de Brembocht. De totale investering, welke ten laste van de voorziening onderhoud is gebracht was bijna € 226.000. Hiervoor zijn onder andere de plafonds, verlichting, netwerk, schilderwerk en vloeren vervangen. Daarnaast is het sanitair van BS Zeelsterhof vernieuwd (€ 112.000) en zijn er aanpassingen doorgevoerd bij het bestuurskantoor (€ 104.000). Per mei 2016 is het pand waarin het bestuurskantoor is gevestigd voor 50% eigendom van Veldvest. 

Op 20 januari 2017 is door Veldvest een aanvraag voor opname van een voorziening in het Integraal HuisvestingsPlan (IHP) 2018 bij de gemeente Veldhoven ingediend.  Het betreft de voorziening voor vervangende nieuwbouw van BS de Meerhoef. Deze voorziening is aangevraagd omdat renovatie geen voorziening is op grond van de gemeentelijke verordening voorzieningen huisvesting onderwijs.

Al een aantal jaren wordt de noodzaak tot een grondige upgrading van het schoolgebouw van de BS De Meerhoef door Veldvest onderkend. In 2018 wordt overgegaan tot een cosmetische ingreep en het up-to-date maken en veiligheid van het E-deel. Het budget voor deze ingreep is € 350.000.

In maart 2018 worden de afzonderlijke Meerjaren Onderhouds Planningen (MJOP’s) door middel van een herschouw, op de scholen waar Veldvest verantwoordelijk is voor het groot onderhoud, vernieuwd.

Volgens de PO-Raad, de VO-raad en de VNG wordt door een aantal tekortkomingen in het huidige huisvestingsstelsel publiek geld op dit moment inefficiënt ingezet voor onderwijshuisvesting in het PO/VO. Zij hebben daarom op 14 december 2016 een gezamenlijk plan opgesteld, waarmee ze deze knelpunten willen wegwerken. Dit plan met concrete voorstellen is in december 2016 naar de staatssecretaris van OCW gestuurd.

Doestelling van de voornoemde belangenbehartigers is om de voorstellen in 2018 (oorspronkelijk medio 2017) in samenwerking met OCW te hebben uitgewerkt.

Kernpunt in de voorstellen is dat gemeenten en de schoolbesturen gezamenlijk zorg willen dragen voor de kwaliteit van de huisvesting van de scholen over een langere periode.


Continuïteitsparagraaf

Het doel en ook de kracht van de continuïteitparagraaf ligt in de discussie, die de instelling intern voert over de verwachte effecten van het geformuleerde beleid in de komende jaren. Het is daarbij uiteraard denkbaar, dat de realisatie in de toekomst in meer of mindere mate afwijkt van de informatie in de continuïteitparagraaf. De onzekerheid, die inherent is aan het calculeren van toekomstige baten en lasten vraagt om het nodige voorbehoud en ook de gang van zaken in de praktijk kan aanleiding geven tot latere aanpassing van hetgeen eerder is voorzien.

Meerjarenbegroting

Op 23 juni 2017 is de meerjarenbegroting over de schooljaren 2017-2018 tot en met 2020-2021 goedgekeurd door de raad van toezicht. In de in deze paragraaf opgenomen meerjarenbegroting zijn de schooljaren herleid naar kalenderjaren. De onderhavige meerjarenbegroting is gebaseerd op het meest waarschijnlijke scenario.

Ten tijde van het opstellen van de continuïteitsparagraaf (maart 2018) is de meerjarenbegroting over de schooljaren 2018-2019 tot en met 2021-2022 onderhanden. Hierin worden de actuele gegevens en inventarisaties van onder andere investeringen in activa, groot onderhoud en werkdrukverlaging opgenomen. De vaststelling van de meerjarenbegroting vindt plaats in juni 2018.

De basis voor een groot aantal berekeningen van de bekostiging in de meerjarenbegroting en het meerjaren formatieplan wordt gevormd door de prognose van het aantal leerlingen voor de komende jaren. Deze ramingen zijn in april 2017 en februari 2018 aangeleverd door de directies van de scholen.

In onderstaande tabel worden de leerlingaantallen weergegeven zoals deze in de meerjarenbegroting geprognotiseerd zijn op peildatum 1 april 2017 en 1 februari 2018.

aantal leerlingen
aantal leerlingen

Meerjarenbalans

In de meerjaren balans zijn de gerealiseerde cijfers over 2017 verwerkt en de begrote cijfers over de jaren 2018, 2019 en 2020. Doordat de meerjarenbegroting is vastgesteld in juni 2017 en is opgesteld op basis van schooljaren sluiten de saldi van het eigen vermogen en liquide middelen per eind 2017 en begin 2018 niet op elkaar aan.

De investeringsbegroting is verwerkt in de meerjarenbegroting. De jaarlijkse investeringen en afschrijvingen hebben invloed op de materiele vaste activa.

De wijzigingen in het eigen vermogen worden veroorzaakt door de exploitatiesaldi van de onderscheidene jaren. Mutaties in de voorzieningen vinden plaats door middel van stortingen en onttrekkingen. De stortingen komen ten laste van de exploitatierekening van het betreffende jaar. Onttrekkingen worden rechtstreeks ten laste van de voorzieningen geboekt. De onttrekkingen hebben betrekking op gepland onderhoud volgens de onderscheiden meerjaren onderhoudsplanningen uit 2016. In de meerjarenbegroting welke in juni 2018 wordt vastgesteld, worden de gegevens uit de onderhoudsplannen opgenomen zoals deze in maart 2018 zijn opgesteld.

  Realisatie 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
Activa        
Materiële vaste activa  €           3.955.000  €           4.158.000  €           4.021.000  €           3.652.000
Vaste activa  €           4.179.000  €           4.129.000  €           3.870.000  €           3.346.000
         
Vorderingen  €           1.271.000  €           1.518.000  €           1.518.000  €           1.518.000
Liquide middelen  €           4.632.000  €           3.322.000  €           3.067.000  €           2.696.000
Vlottende activa  €           4.917.000  €           4.732.000  €           4.380.000  €           3.981.000
         
Totaal activa  €      9.858.000  €      8.998.000  €      8.606.000  €      7.866.000
         
Passiva        
Eigen vermogen  €           5.988.000  €           5.779.000  €           5.610.000  €           5.217.000
Voorzieningen  €           1.810.000  €           1.290.000  €           1.068.000  €              720.000
Kortlopende schulden  €           2.060.000  €           1.929.000  €           1.928.000  €           1.929.000
         
Totaal passiva  €      9.858.000  €      8.998.000  €      8.606.000  €      7.866.000

Meerjaren exploitatiebegroting

  Realisatie 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
Baten        
Rijksbijdragen ministerie OCW € 21.030.000 € 20.635.000 € 20.504.000 € 20.450.000
Overige overheidsbijdragen € 36.000 € 28.000 € 27.000 € 27.000
Overige baten € 206.000 € 165.000 € 146.000 € 144.000
Totaal baten € 21.272.000 € 20.828.000 € 20.677.000 € 20.621.000
         
Lasten        
Personeelslasten € 18.021.000 € 17.739.000 € 17.747.000 € 17.900.000
Afschrijvingen € 474.000 € 504.000 € 559.000 € 593.000
Huisvestingslasten € 1.186.000 € 1.074.000 € 1.073.000 € 1.074.000
Overige lasten € 1.531.000 € 1.516.000 € 1.477.000 € 1.456.000
Totaal lasten € 21.212.000 € 20.833.000 € 20.856.000 € 21.023.000
         
Financiële baten en lasten € 1.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000
         
Resultaat € 61.000 € 5.000 € -169.000 € -392.000

De reguliere personele bekostiging, het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid en de prestatiebox zijn gebaseerd op de normen 2017-2018, die op 28-03-2017 zijn gepubliceerd door het ministerie van OCW.  De effecten in de toekomstige bekostiging en salariskosten welke zijn gepresenteerd door de PO-raad in april 2017 zijn niet verwerkt in deze meerjarenbegroting. De verwachting is dat de effecten van de toenemende baten en lasten budgettair neutraal zijn.

De materiele instandhouding is gebaseerd op de bekostigingsbedragen voor de programma van eisen zoals deze in oktober 2016 zijn vastgesteld.

De berekening van bovengenoemde rijksbijdragen zijn gebaseerd op de (geraamde) leerlingen op 1 oktober voorafgaande aan het betreffende begrotingsjaar (schooljaar).

Veldvest heeft een norm vastgesteld voor wat een evenwichtige verhouding moet zijn tussen de totale personele lasten ten opzichte van de totale baten, deze norm is 85%.

Er is rekening gehouden met uitstroom van personeel op basis van de wettelijke AOW leeftijd. Gezien de stabiliteit in de leerlingprognoses moet de uitstroom van personeel herbezet worden. In onderstaande grafiek is de totale gemiddelde inzet in fte’s weergegeven.

inzet personeel in fte
inzet personeel in fte

Meerjaren kasstroomoverzicht

  Realisatie 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
         
Kasstroom uit operationele activiteiten        
Saldo baten en lasten € 61.000 € 5.000 € -169.000 € -392.000
Aanpassingen voor afschrijvingen € 474.000 € 504.000 € 589.000 € 599.000
Aanpassingen voor voorzieningen € 8.000 € -462.000 € -222.000 € -348.000
Veranderingen in vlottende middelen € 378.000 € - € - € -
Mutaties interest € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000
Totaal € 922.000 € 48.000 € 199.000 € -140.000
         
Kasstroom uit investeringsactiviteiten        
Investeringen materiële vaste activa € -725.000 € -607.000 € -423.000 € -225.000
Desinvesteringen immateriële vaste activa € 3.000 € - € - € -
Totaal € -722.000 € -607.000 € -423.000 € -225.000
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten  -  -  -  -
         
Saldo liquide middelen 31/12 T-1 € 4.432.000 € 3.881.000 € 3.322.000 € 3.098.000
Mutatie Liquide middelen € 200.000 € -559.000 € -224.000 € -365.000
Eindsaldo liquide middelen € 4.632.000 € 3.322.000 € 3.098.000 € 2.733.000

In het meerjaren kasstroomoverzicht is uitgegaan van de gerealiseerde cijfers over 2017 en de begrote cijfers over de jaren 2018, 2019 en 2020. Doordat de meerjarenbegroting, vastgesteld in juni 2017 is opgesteld op basis van schooljaren, sluiten de saldi van de liquide middelen eind 2017 en begin 2018 in het meerjaren kasstroomoverzicht niet op elkaar aan. De verwachte eindstand is op basis van de realisatie 2017 van de liquide middelen eind 2020 € 3.484.000.

Meerjaren investeringsbegroting

De raming van de investeringen is gebaseerd op:

  • de input ontvangen van de schooldirecties in de periode maart tot en met mei 2017;
  • de inventarisatie van de benodigde ICT voorzieningen d.d. 13 maart 2017 uitgevoerd door de stafmedewerker ICT;
  • de inventarisatie vervanging schoolmeubilair najaar 2013.

De geplande en geraamde vervanging van de touchscreens heeft in de maand juli 2017 plaatsgevonden. Voor deze vervanging is in het voorjaar van 2017 een traject in het kader van de Europese aanbesteding doorlopen. In de onderstaande tabel zijn de toekomstige investeringen op basis van schooljaren weergegeven.

Omschrijving 2017 2018 2019 2020
ICT € 304.423 € 294.000 € 241.000 € 103.000
Meubilair € 203.256 € 84.000 € 7.000 € 10.000
Gebouwen en terreinen € 76.220 € 47.000 € 4.000 € 3.000
Leermethoden € 84.424 € 168.000 € 167.000 € 106.000
Overige investeringen € 56.677 € 14.000 € 4.000 € 4.000
Totaal € 725.000 € 607.000 € 423.000 € 226.000

De overeenkomst voor de dienstverlening van de ICT-infrastructuur wordt in het voorjaar 2018 opnieuw vastgesteld. De leaseperiode van de hardware wordt in het voorjaar 2018 vanwege het einde van de contractlooptijd beëindigd. In 2018 vindt er een grootschalige opknapactie plaats van de werkstations, waardoor de levensduur van de werkstations verlengd wordt. In het voorjaar van 2018 vindt de inventarisatie van de individuele schoolbehoefte aan ICT-voorzieningen (hardware) plaats. Deze inventarisatie vormt de basis voor de input van de te doorlopen inkoopprocedure.


Risicoparagraaf

Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem

Door de inrichting van beleidsgroepen worden onder andere risico’s ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs en het integraal personeelsbeleid in beeld gebracht en worden vervolgens daar waar nodig adequate maatregelen genomen. Voornoemde beleidsgroepen rapporteren halfjaarlijks aan het college van bestuur. De samenvatting van deze rapportages wordt vervolgens besproken in de raad van toezicht.

Financiële rapportages worden drie keer per jaar uitgebracht. De planning en control cyclus is gebaseerd op schooljaar, niet op kalenderjaar.

Bij risico’s wordt aandacht besteed aan belemmerende factoren bij het verwezenlijken van de organisatiedoelen, bij het handelen volgens de geldende wet- en regelgeving (compliance) en interne afspraken en bij het naar behoren verlopen van de exploitatie.

Bij het verkennen van mogelijke scenario’s is het gewenst een aantal begripsomschrijvingen nader te duiden.

Omgevingsverkenning Het inventariseren van ontwikkelingen, gebeurtenissen, trends, tegentrends en trendbreuken, waarop de organisatie zelf niet of nauwelijks direct invloed kan uitoefenen, maar die wel van invloed zijn op die organisatie.
Scenario’s De vertaling van de uitkomsten uit de omgevingsverkenning in toekomstbeelden. Het gaat om een toekomstige omgeving, waarin de organisatie terecht zou kunnen komen, maar waarop ze geen direct invloed heeft. In een scenario staat alleen die toekomst centraal, en het gaat dus nog niet om het vinden van manieren waarop de organisatie op een dergelijke toekomst kan reageren.
Optie Een optie beschrijft een mogelijke reactie van de organisatie op toekomstige omstandigheden. Wat zijn eigenlijk de mogelijkheden om succesvol op een toekomstige omgeving te anticiperen of te reageren? 
Routekaart De routekaart geeft kort aan waar de organisatie op dit moment staat, waar ze in de toekomst heen wil (visie) en wat er moet gebeuren om daar te komen, gelet op scenario’s en opties. De routekaart gaat in op wie, wat, wanneer en hoe en geeft richting aan het concrete handelen.

 

Omgevingsverkenning Scenario Risico/kans Opties/maatregelen Routekaart
Het primair onderwijs stevent af op een flink lerarentekort
Landelijk: 4.000 full-time leerkrachten in 2020; 10.000 in 2025
Veldvest kan zeer moeilijk vacatures ingevuld krijgen Strategisch risico
Onderbezetting in de formatie
Kwaliteitsrisico
Nauwere samenwerking zoeken met de opleidingsinstituten
Leraren in opleiding (LIO-ers) in dienst nemen
Proactieve werving en selectie 
 
Wie: PZ
Wanneer: per direct
Hoe: o.a. via P-centrum 
 
Maatregel rijksoverheid in het kader van de vereveningsbijdrage Passend Onderwijs  Op termijn financieel tekort op Passend Onderwijs Daling van de baten Passend Onderwijs c.q. negatief saldo beleidsgroep Passend Onderwijs (BPO).
Het negatieve saldo gedurende de looptijd van de onderhavige meerjarenbegroting bedraagt cumulatief afgerond € 229.000
Accepteren en consequenties dekken uit vermogen i.c. de bestemmingsreserve Passend Onderwijs.
Deze reserve bedroeg ultimo 2016 € 500.000. 
Wie: BPO en FZ
Wanneer: gedurende schooljaar 2018/2019 evaluatie organisatie Passend Onderwijs en inzet middelen
Knelpunten onderwijshuisvesting
Zie voorstel PO-Raad, VO-Raad en VNG.
Huisvesting dossiers Veldvest Onduidelijke en onvolledige wet- en regelgeving   Zie toelichting hieronder.

 

Knelpunten onderwijshuisvesting

Door een aantal tekortkomingen in het huidige huisvestingsstelsel onderwijs wordt publiek geld op dit moment inefficiënt ingezet voor onderwijshuisvesting. De PO-Raad, de VO-Raad en de VNG hebben daarom de handen ineengeslagen en een gezamenlijk plan gepresenteerd, waarmee ze deze knelpunten willen wegwerken.

Op dit moment zijn gemeenten verantwoordelijk voor de nieuwbouw van de schoolgebouwen en de schoolbesturen voor het onderhoud. Over renovatie zijn echter geen afspraken gemaakt. Een dergelijke kwestie speelt op dit moment ten aanzien van het gebouw van BS De Meerhoef.

Daarnaast ontbreken er regels, die bepalen wie verantwoordelijk is voor vervangende nieuwbouw en verbiedt de wet schoolbesturen om onderwijsgeld te investeren in nieuwbouw van scholen.

Het gevolg hiervan is dat het huidige tempo, waarmee scholen worden aangepast of vervangen te laag is, zo wees een rapport van de Algemene Rekenkamer in 2016 uit.

Met hun plan beogen de sectororganisaties de posities van gemeenten en schoolbesturen gelijk te trekken en de processen en middelen beter op elkaar af te stemmen.

Voornoemd plan is in het voorjaar 2017 tevens onderschreven door de Taskforce Bouwagenda 2017-2020.

Bekostiging

Met betrekking tot de bekostiging door de rijksoverheid is uit onderzoek (Berenschot, voorjaar 2017), dat in opdracht van het ministerie van OCW is uitgevoerd, gebleken dat het primair onderwijs jaarlijks zo’n 300 miljoen euro meer geld kwijt is aan onder meer onderhoud van schoolgebouwen en lesmaterialen dan dat zij hiervoor van de rijksoverheid ontvangen. Dat komt neer op een bedrag van ruim € 55.000 per school. De normbedragen, die zijn vastgesteld, zijn oud en niet meer passend. De bedragen zijn gebaseerd op schoolborden met krijtjes en niet op digitale schoolborden.

Toetsing financiële positie

Het rapport van de Commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen (Don) stelt het begrip “kapitaal” centraal.  “Kapitaal” verwijst hier naar de som van de bezittingen. “Vermogen” verwijst naar de wijze waarop die bezittingen zijn gefinancierd, namelijk met eigen of vreemd vermogen. In geen geval moet kapitaal of vermogen worden beschouwd als een synoniem voor liquide middelen.

Het voorliggende model voor de toetsing van de financiële positie is ontwikkeld door de financiële specialisten van de PO Raad op basis van de bevindingen van de Commissie Don.In deze toetsing staat het begrip “financiële ruimte” centraal. Deze ruimte wordt bepaald door het verschil tussen het werkelijk aanwezig kapitaal en het benodigd kapitaal.

Bij de toetsing is voorlopig uitgegaan van de kengetallen, die de commissie Don heeft opgesteld voor de verschillende functies, die het kapitaal vervult. Dit betreffen de spaarfunctie, transactiefunctie en bufferfunctie.

De commissie Don hanteert een norm voor de bufferfunctie van 5% van de totale baten. De hoogte van de bufferliquiditeit in deze meerjarenbegroting schommelt rond € 1.035.000. Het is van belang om te beseffen, dat bufferliquiditeiten alleen zorgen voor een tijdelijke opvang van financiële gevolgen.

Aan de hand van de toetsing van de financiële positie en de voorgenoemde kengetallen kan geconcludeerd worden, dat het kapitaal van Veldvest gedurende de looptijd van deze meerjarenbegroting op orde is. Het begrotingstekort van de meerjarenbegroting kan met eigen middelen worden gefinancierd.


Volledige jaarrekening 2017